ECLI:NL:RBMNE:2023:1804
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waardes niet-woningen en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser is eigenaar van drie niet-woningen waarvan de WOZ-waardes per 1 januari 2019 zijn vastgesteld. Tegen de vastgestelde waarden van twee objecten ([adres 2] en [adres 3]) is beroep ingesteld omdat eiser lagere waardes vordert. Verweerder handhaaft de waarden en onderbouwt deze met een taxatierapport op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode.
De rechtbank beoordeelt dat de gehanteerde huurwaardes en kapitalisatiefactoren door verweerder voldoende zijn onderbouwd met marktgegevens en vergelijkbare objecten. De betwisting van eiser is onvoldoende gemotiveerd om de vastgestelde WOZ-waardes te verlagen. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard.
Daarnaast heeft eiser een verzoek ingediend voor immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep. De rechtbank constateert een overschrijding van twaalf maanden en kent een vergoeding van € 1.000,- toe, verdeeld over verweerder en de Staat der Nederlanden naar rato van de termijnoverschrijding.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en in de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en uitgesproken op 17 april 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardes wordt ongegrond verklaard en een immateriële schadevergoeding van € 1.000 wordt toegekend wegens termijnoverschrijding.