ECLI:NL:RBMNE:2023:1836

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
19 april 2023
Zaaknummer
UTR 22/5221
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag dubbele kinderbijslag wegens onvoldoende intensieve zorg

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag voor haar zoon, geboren in 2008. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen op grond van een advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat concludeerde dat haar zoon niet voldeed aan de criteria voor intensieve zorg, omdat hij op twee functies een punt scoorde, één punt te weinig voor dubbele kinderbijslag.

Eiseres voerde in beroep aan dat de zorgbehoefte van haar zoon is toegenomen en dat hij continu begeleiding en sturing nodig heeft, waarbij zij en haar dochter voor hem zorgen. Zij stelde dat voor de functie 'bezig zijn, handreikingen' een punt toegekend had moeten worden.

De rechtbank overwoog dat het CIZ het Beoordelingskader Besluit uitvoering kinderbijslag (Buk) heeft gehanteerd, een vaste gedragslijn voor de beoordeling. Het CIZ gaf geen punt voor de functie 'bezighouden, handreikingen', omdat uit het onderzoek bleek dat de zoon zichzelf even kan vermaken, bijvoorbeeld met Netflix. De rechtbank vond geen aanleiding om het advies van het CIZ als onzorgvuldig of onjuist te beoordelen.

Verder stelde de rechtbank vast dat de eerdere toekenning van dubbele kinderbijslag in 2018 en 2020 verklaard kon worden door een andere situatie van de zoon, die toen jonger was en meer hulp nodig had. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor dubbele kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Lelystad
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5221

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 april 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en

de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Zuidersma-Hovers).

Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor dubbele kinderbijslag voor haar zoon afgewezen.
Bij besluit van 3 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2023. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres heeft op
29 mei 2022 een aanvraag gedaan voor dubbele kinderbijslag voor haar zoon [zoon] die is geboren op [geboortedatum] 2008.
2. Verweerder heeft de aanvraag voor dubbele kinderbijslag afgewezen omdat er op basis van het advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) geen sprake is van intensieve zorg. Het CIZ concludeert dat [zoon] op twee functies een punt scoort. Dit is gezien de leeftijd van [zoon] één punt te weinig voor het toekennen van dubbele kinderbijslag.
3. Eiseres voert in beroep aan dat zij voor haar zoon twee jaar geleden wel dubbele kinderbijslag ontving. De zorg voor haar zoon is sindsdien alleen maar toegenomen. Haar zoon is beperkt in zijn dagelijks functioneren. Vanaf het moment dat hij wakker wordt totdat hij naar bed gaat, heeft hij begeleiding en sturing nodig. Eiseres heeft haar werk volledig aangepast aan haar zoon om te voorkomen dat hij alleen thuis is. Ook de dochter van eiseres zorgt voor [zoon] . Eiseres moet altijd alert zijn. Haar zoon zoekt zonder de nabijheid van volwassenen gevaar op en kan zich niet zelf vermaken. Voor de functie ‘bezig zijn, handreikingen’ had verweerder een punt moeten toekennen. [zoon] kan zich niet bezighouden zonder de aanwezigheid van een volwassene.
4. De rechtbank overweegt het volgende. Verweerder heeft om te bepalen of [zoon] intensieve zorg nodig heeft advies ingewonnen bij het CIZ. Het CIZ heeft hierbij het Beoordelingskader Besluit uitvoering kinderbijslag (Buk) gehanteerd. Dit beoordelingskader is aan te merken als een vaste gedragslijn dat als uitgangspunt kan worden genomen voor de beoordeling van een aanspraak op dubbele kinderbijslag [1] .
5. Het CIZ heeft in het advies geconcludeerd dat [zoon] op de functies ‘alleen thuis zijn’ en ‘begeleiding buitenshuis’ een punt scoort, in totaal dus twee punten. Het CIZ heeft geen punt toegekend voor de functie ‘bezighouden, handreikingen’. Er is geen score gegeven op dit onderdeel omdat uit het onderzoek naar voren komt dat [zoon] zichzelf even kan vermaken, met bijvoorbeeld Netflix. Volgens het CIZ is op basis van de gegevens niet te objectiveren dat er continu een noodzaak is tot een complete dagstructuur met voortdurende individuele aandacht en activering.
6. De rechtbank stelt vast dat eiseres in beroep niets heeft aangevoerd over de zorgvuldigheid en de totstandkoming van het advies van het CIZ. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het advies van CIZ niet zorgvuldig tot stand is gekomen of dat dit advies niet concludent of anderszins onjuist is. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de door verweerder in navolging van CIZ getrokken conclusie voor de functie ‘bezighouden, handreikingen’ onjuist is. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat eerder wel dubbele kinderbijslag is toegekend, is de rechtbank van oordeel dat verweerder in het verweerschrift voldoende heeft toegelicht er eerder wel recht bestond op dubbele kinderbijslag omdat de situatie van [zoon] in 2018 en 2020 anders was. [zoon] was toen jonger waardoor hij meer hulp en zorg nodig had en volgde een tijd geen onderwijs vanwege gedragsproblemen.
7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
11 april 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Voetnoten

1.Zie een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 januari 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:126).