Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal verkeersongevalsanalysevan 30 mei 2022 volgt dat verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, hebben geverbaliseerd:
proces-verbaal forensisch omgevingsonderzoekvan 11 juni 2021 volgt dat verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, hebben geverbaliseerd:
proces-verbaal van verhoor getuigevan 16 januari 2021 volgt dat getuige [getuige 1] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuigevan 17 januari 2021 volgt dat getuige [getuige 2] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van bevindingenvan 26 januari 2021 volgt dat getuige [getuige 2] onder meer nog het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van verhoor verdachtevan 26 februari 2021 volgt dat verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] onder meer het volgende, hebben geverbaliseerd:
schouwverslagvan 17 januari 2021 volgt dat Mevrouw [slachtoffer 2] als gevolg van het verkeersongeval is overleden. [6]
brief aan huisartsdr. [A] , van [B] , SEH-arts, en [C] , chirurg, van 17 januari 2021 volgt dat onder meer het volgende letsel bij [slachtoffer 1] is gediagnostiseerd:
proces-verbaal van bevindingenvan 7 november 2022 (met medische stukken als bijlage) volgt dat verbalisant [verbalisant 4] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
veelhogere snelheid dan de toegestane maximumsnelheid onder het derde gedachtestreepje. Verdachte reed wel met hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan en verantwoord was.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJEN
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994,
13.BESLISSING
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
gedeelte van 4 (vier) maanden, nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- ontzegtverdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) jaar; - bepaalt dat de duur van de ontzegging wordt verminderd met de tijd gedurende welke het rijbewijs vóór het tijdstip waarop de straf ingaat, ingevorderd en ingehouden is geweest;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2.500,- ter vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 35 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 2.500,- ter vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2021 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [benadeelde 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 2.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2021 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 35 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 3] toe tot een bedrag van € 2.500,- ter vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2021 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [benadeelde 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat € 2.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2021 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 35 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) maanden.