ECLI:NL:RBMNE:2023:2013
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde tiny house in Utrecht
Eiser maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn in 2021 gebouwde tiny house met tuinhuis op een kavel van 557 m2, gelegen in Utrecht. De waarde was vastgesteld op €250.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een lagere waarde van €204.000.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde buurt, die qua bouwjaar, uitstraling en type (tiny houses) vergelijkbaar waren. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat de taxatiematrix inzicht gaf in de waardeverhouding en rekening hield met verschillen in gebruiksoppervlakte.
Eiser voerde aan dat het eigen aankoopcijfer van €167.790 bepalend moest zijn, maar de rechtbank volgde dit niet vanwege het tijdsverloop van bijna twee jaar tussen aankoop en waardepeildatum en de stijging van grondprijzen in de wijk. Tevens wees de rechtbank erop dat de vrij-op-naam prijs niet gelijk is aan de waarde in het economisch verkeer.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde WOZ-waarde van €250.000. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €250.000 wordt ongegrond verklaard.