ECLI:NL:RBMNE:2023:2051
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning vastgesteld op €750.000 na beroep gegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, oorspronkelijk vastgesteld op €824.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in bezwaar, maar de rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen onvoldoende vergelijkbaar zijn vanwege verschillen in onderhoud, voorzieningen en ligging.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Eiser heeft zijn lagere waarde van maximaal €600.000 ook niet voldoende onderbouwd. Daarom stelt de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €750.000.
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraak op bezwaar en leidt tot een verlaging van de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is vastgesteld op €750.000, lager dan de oorspronkelijke €824.000.