ECLI:NL:RBMNE:2023:2107
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bestuurlijke boete zorgverzekering
Eiser ontving op 14 maart 2022 een bestuurlijke boete van het CAK van €437,25 wegens het ontbreken van een Nederlandse zorgverzekering. Op 1 april 2022 stuurde het CJIB een betaalverzoek voor deze boete. Eiser maakte op 2 mei 2022 bezwaar tegen beide besluiten. Het CAK verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar tegen de brief van het CJIB niet mogelijk is en het bezwaar tegen het boetebesluit te laat was ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de brief van het CJIB geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat bezwaar daartegen niet openstaat. Het bezwaar tegen het boetebesluit van 14 maart 2022 is te laat ingediend, aangezien de wettelijke termijn zes weken bedraagt en eiser dit niet met een geldige reden kon onderbouwen. Het feit dat eiser in het buitenland verbleef en zijn post niet kon openen, wordt niet als een geldige reden gezien.
Verder heeft het CAK het bezwaar te laat beslist, maar dit leidt niet tot matiging van de boete of het verbeuren van een dwangsom. Het CAK hoefde geen hoorzitting te houden of inzage in het dossier te geven omdat het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser ontving tijdens de beroepsprocedure alsnog een kopie van het dossier. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de bestuurlijke boete is terecht niet-ontvankelijk verklaard.