In deze bestuursrechtelijke procedure verzoeken de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en de Nederlandse Veiligheidsbranche (NVB) de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat dispensatie verleent aan de Vereniging Beveiligingsorganisaties Nederland (VBe NL) en Alternatief voor Vakbond (AvV) van de algemeen verbindend verklaarde cao's in de particuliere beveiligingssector.
De verzoekers stellen dat het dispensatiebesluit leidt tot onderbetaling van werknemers en concurrentievervalsing, en willen dat de huidige situatie wordt geschorst totdat in de bodemprocedure een inhoudelijk oordeel is gegeven. De derde-partijen en de minister betogen dat schorsing onomkeerbare gevolgen heeft en leidt tot grote financiële en organisatorische onzekerheden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het geschil te complex is voor een voorlopige voorziening en dat de belangenafweging uitwijst dat de belangen van de derde-partijen bij het handhaven van de status quo zwaarder wegen dan het belang van verzoekers bij schorsing. Verzoekers hebben onvoldoende concreet en zwaarwegend belang aangetoond om de voorlopige voorziening toe te wijzen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en benadrukt dat dit oordeel voorlopig is en geen bindende werking heeft in de bodemprocedure. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.