ECLI:NL:RVS:2021:2531
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen herroeping dispensatiebesluit cao Particuliere Beveiliging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had op 30 april 2019 een dispensatie verleend aan VBe NL en De Unie van het besluit tot algemeen verbindend verklaring van de cao Particuliere Beveiliging, die liep tot 4 mei 2021. De rechtbank Midden-Nederland vernietigde dit dispensatiebesluit en herroept het, omdat de minister zijn standpunt over essentiële verschillen in bedrijfskenmerken onvoldoende had gemotiveerd.
VBe NL stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de uitspraak van de rechtbank in afwachting van het hoger beroep zou worden uitgevoerd. De voorzieningenrechter overwoog dat door de herroeping het dispensatiebesluit geacht wordt nooit te hebben bestaan, waardoor de cao alsnog van toepassing is op de leden van VBe NL voor de periode 30 april 2019 tot 4 mei 2021.
Dit kan leiden tot nabetalingen aan werknemers, waarvoor uitvoerig onderzoek nodig is. VBe NL stelde dat het uitvoeren van de uitspraak onnodige kosten en administratieve lasten veroorzaakt als het hoger beroep wordt toegewezen. De voorzieningenrechter vond het spoedeisend belang aannemelijk en schorst de uitspraak van de rechtbank bij wijze van voorlopige voorziening, zonder inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van het besluit.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de uitspraak van de rechtbank die het dispensatiebesluit herroept, zodat deze niet wordt uitgevoerd in afwachting van het hoger beroep.