ECLI:NL:RBMNE:2023:2193
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering studiefinanciering wegens overschrijding bijverdiengrens 2018
Eiser volgde in 2018 een hbo-opleiding en werkte daarnaast 36 uur per week, waardoor hij in dat jaar € 25.017,- verdiende, ruim boven de bijverdiengrens van € 14.456,- onder het oude studiefinancieringsstelsel. Verweerder legde daarom een terugvordering van € 641,34 op.
Eiser betwist de hoogte van de terugvordering en wijst op een voorwaarde van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) die hem dwong tot het voldoen aan de middelenvereiste, wat tot de overschrijding leidde. De rechtbank oordeelt dat dit geen grond is om het besluit te vernietigen, omdat eiser zelf verantwoordelijk is voor het tijdig stopzetten van studiefinanciering en kennis had kunnen nemen van de relevante informatie.
De rechtbank wijst erop dat artikel 3.17 van de Wet studiefinanciering 2000 dwingendrechtelijk is, waardoor geen belangenafweging mogelijk is. Ook het beroep op de hardheidsclausule wordt afgewezen omdat er geen sprake was van een onmogelijkheid om de bijverdiensten te staken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering studiefinanciering wegens overschrijding bijverdiengrens 2018 wordt ongegrond verklaard.