Deze zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo). De derde-partij had verzocht om documenten over vergunningverlening en handhaving van bijgebouwen, waaronder documenten die betrekking hebben op het adres van verzoeker. Het college had 99 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt, maar verzoeker maakte bezwaar tegen deze openbaarmaking.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker terecht stelt dat hij ook belanghebbende is bij documenten die indirect tot hem te herleiden zijn, en dat het college ten onrechte alleen verzoeker als belanghebbende bij de correspondentie heeft aangemerkt. Het verzoek is een Woo-verzoek en het college had de openbaarmaking moeten opschorten in afwachting van bezwaar.
De voorzieningenrechter weegt het privacybelang van verzoeker zwaarder dan het belang van de derde-partij bij openbaarmaking, mede omdat het college de privacy onvoldoende heeft meegewogen in het besluit. De voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor openbaarmaking wordt geschorst en het college de reeds verstrekte documenten moet terugvorderen. Tevens moet het college het griffierecht aan verzoeker vergoeden.