ECLI:NL:RBMNE:2023:2230
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot opheffing noodbevel tijdelijke woningsluiting wegens onvoldoende actuele dreiging
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een noodbevel van de burgemeester tot tijdelijke sluiting van de woning van verzoekers vanwege een vermeende ernstige vrees voor het ontstaan van wanordelijkheden. De burgemeester baseerde het bevel op bestuurlijke rapportages over dreiging vanuit het criminele circuit, gerelateerd aan een ripdeal en explosies bij familieleden.
Verzoekers hebben de woning sinds juli 2022 langdurig niet kunnen bewonen. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de meest recente bestuurlijke rapportage van april 2023 onvoldoende concrete en actuele aanwijzingen bevat voor een ernstige vrees voor wanordelijkheden rond de woning. De dreiging blijkt meer latent dan actueel, en sinds juli 2022 zijn geen nieuwe incidenten rondom de woning gemeld.
De voorzieningenrechter weegt het fundamentele woonrecht van verzoekers, de langdurige inperking daarvan en het gebrek aan concreet bewijs tegen het belang van de burgemeester bij handhaving van de openbare orde. Gelet op de subsidiariteit en proportionaliteit acht hij het noodbevel voor drie maanden te verstrekkend. Daarom wordt het bevel geschorst met ingang van 8 mei 2023, onder de voorwaarde dat de burgemeester overleg voert met politie en aanvullende maatregelen neemt.
Daarnaast wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het noodbevel tot tijdelijke woningsluiting wordt geschorst met ingang van 8 mei 2023, en de burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.