ECLI:NL:RBMNE:2023:2270
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, gesteld op €379.000,- per waardepeildatum 1 januari 2021. Hij stelt dat de waarde te hoog is en dat niet alle relevante stukken, zoals iWOZ-kaarten en onderbouwing van de indexering, zijn verstrekt.
De rechtbank bespreekt eerst de formele punten en oordeelt dat de iWOZ-kaarten niet hoeven te worden verstrekt omdat deze niet door de heffingsambtenaar zijn gebruikt. De indexering van verkoopcijfers is volgens de rechtbank voldoende onderbouwd door de heffingsambtenaar met verwijzing naar de marktanalyse.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat de vergelijkingsmethode met vijf referentiewoningen adequaat is toegepast en dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven in de wijze van waardebepaling en correcties voor verschillen in onderhoud en voorzieningen. De door eiser aangevoerde gebreken aan de woning rechtvaardigen geen lagere waarde. Ook de grondstaffel is volgens de rechtbank juist toegepast en tijdig toegelicht.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €379.000,- wordt ongegrond verklaard.