Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 mei 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Belastingdienst/Toeslagen, kantoor [locatie] (verweerder)
Procesverloop
Inleiding over de hersteloperatie toeslagen
Totstandkoming van het besluit
,omdat niet aannemelijk is geworden dat er bij de terugvordering van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2015 tot en met 2018 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen. Eiseres komt ook niet in aanmerking voor compensatie op grond van de hardheidsregeling omdat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van hardheid in de zin van artikel 49 van Pro de Awir. Er moet door eiseres over de jaren 2015 tot en met 2018 kinderopvangtoeslag worden terugbetaald omdat zij uiteindelijk op minder kinderopvangtoeslag recht had dan waarmee in de voorschotbeschikkingen rekening was gehouden. De toeslagen zijn gewijzigd op grond van een gewijzigd toetsingsinkomen en/of minder aantal afgenomen opvanguren dan vooraf was opgegeven. De terugvorderingen houden geen verband met een signalering op de Fraude Signalering Voorziening (FSV) lijst. Ook is niet aannemelijk geworden dat aan eiseres een betalingsregeling zou zijn geweigerd op grond van opzet, dan wel grove schuld (O/GS) (artikel 49c Awir). Er zijn geen stukken bekend die betrekking hebben op de (weigering van) betalingsregelingen, ook niet bij het Landelijk Incassocentrum. Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.
Beoordeling door de rechtbank
.De beroepsgrond slaagt derhalve niet.