ECLI:NL:RBMNE:2023:2451
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning nieuwbouw twee woningen
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft verleend aan [bedrijf] B.V. voor de bouw van twee vrijstaande woningen. Verzoeker woont tegenover het bouwterrein en vreesde onder meer negatieve gevolgen voor de ruimtelijke ordening, verkeersveiligheid en het behoud van een groenstrook.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of de voorlopige schorsing van de vergunning noodzakelijk is, waarbij de spoedeisendheid en belangen van partijen zijn afgewogen. De rechter concludeert dat het college zich terecht heeft gebaseerd op een ruimtelijke onderbouwing die voldoet aan de eisen van goede ruimtelijke ordening, ondanks enkele afwijkingen in de woningbreedte en de ligging van de woningen.
Ook is onvoldoende gebleken dat de verkeersveiligheid in het geding is en dat het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van vergunninghouder om met de bouw te starten, zwaarder weegt dan het belang van verzoeker bij schorsing. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure. Vergunninghouder mag op eigen risico starten met de bouw, ondanks het lopende beroep. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor vergunninghouder op eigen risico mag starten met de bouw.