ECLI:NL:RBMNE:2023:2545
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, voormalig beveiliger, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering die per 26 februari 2016 werd beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Na eerdere procedures waarin de beëindiging werd bevestigd, verzocht eiser opnieuw om herziening op grond van een nieuwe diagnose schizofrenie.
De rechtbank beoordeelde of het UWV terecht weigerde terug te komen op het besluit van 15 december 2015. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de diagnose schizofrenie niet terugwerkend tot de datum in geding (26 februari 2016) kon worden gesteld en dat er geen sprake was van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld op die datum.
De rechtbank volgde deze medische beoordeling en oordeelde dat eiser onvoldoende nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangetoond. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen omdat geen sprake was van een oneerlijk proces of twijfel aan de medische beoordeling.
Het beroep werd ongegrond verklaard, eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV om de Ziektewet-uitkering te beëindigen wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.