Uitspraak
De aanvraag en de gevolgde procedure (hoort bij UTR 22/2372)
Het buiten behandeling laten van de aanvulling (hoort bij UTR 21/4251)
De weigering van de omgevingsvergunning (hoort bij UTR 22/2372)
Onder verwijzing naar het gestelde in onze van 2012 (mede op basis waarvan het college kennelijk toen vergunning voor de stal kon verlenen en het bouwvlak kon vergroten) en 2015, achten wij uw vraag omtrent toepassing van artikel 3.7.1 hierboven voldoende beantwoord.” Hierbij is het van belang om te weten dat in artikel 3.7.1 de voorwaarden van doelmatigheid en noodzaak van een uitbreiding te vinden zijn. Gelet op deze conclusie vraagt de rechtbank zich af of hiermee niet juist een positief advies gegeven wordt. Immers, het aanvankelijke advies uit 2012 was toen voor het college juist wel reden om de vergunning te verlenen. Over de doelmatigheid heeft de [adviesbureau] steeds positief geadviseerd. Ten aanzien van de noodzaak van een uitbreiding vermeldt artikel 3.7.1 (waar de [adviesbureau] op verzoek van het college aan getoetst heeft) dat de noodzaak tot uitbreiding aangetoond dient te worden, waarbij tevens moet worden aangetoond dat sloop en herbouw van bedrijfsgebouwen niet tot de mogelijkheden behoort. In dit geval staat de bebouwing er echter al, op grond van een eerder verleende vergunning.