ECLI:NL:RVS:2020:928
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing omgevingsvergunning voor gebruiksgerichte activiteiten in paardenhouderij
Het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren verleende een omgevingsvergunning aan appellant voor activiteiten in diens paardenhouderij, waaronder gebruiksgerichte activiteiten die volgens het bestemmingsplan niet waren toegestaan. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het college volgens haar niet bevoegd was en onvoldoende had getoetst aan het bestemmingsplan.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan zowel productiegerichte als gebruiksgerichte paardenhouderijen toestaat, waarbij het geven van paardrijlessen in ondergeschikte mate is toegestaan. Het college mocht daarom concluderen dat de aangevraagde gebruiksgerichte activiteiten binnen het bestemmingsplan passen en geen vergunning voor afwijking behoefden.
Daarnaast werd het beroep van belanghebbende tegen de vergunning voor de aanbouw ongegrond verklaard. Het college had de vergunning terecht verleend met toepassing van artikel 2.12 Wabo, omdat de uitbreiding binnen de beleidsruimte viel en geen onevenredige afbreuk deed aan de milieusituatie. De Raad van State bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank met verbeterde motivering.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de vergunning voor afwijking; gebruiksgerichte activiteiten passen binnen het bestemmingsplan en het beroep tegen de aanbouwvergunning is ongegrond.