ECLI:NL:RBMNE:2023:2749
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding in kader van AOW-pensioen toekenning
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank om haar een AOW-pensioen toe te kennen op basis van de gehuwdennorm, omdat zij van mening is dat zij geen gezamenlijke huishouding voert maar recht heeft op de alleenstaande norm.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres en betrokkene op hetzelfde adres wonen en dat zij een huurovereenkomst hebben met aanvullende afspraken over gezamenlijke maaltijden, zorg voor elkaars honden en wederzijdse zorg bij ziekte. Deze feiten wijzen volgens de rechtbank op een gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg die verder gaat dan een commerciële huurrelatie.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat aan het huisvestingscriterium en het criterium van wederzijdse zorg is voldaan. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. De rechtbank wijst erop dat eiseres haar situatie kan laten herbeoordelen indien deze wijzigt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen wordt toegekend naar de gehuwdennorm.