De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 14 juni 2023 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het samen met anderen plegen van seksuele handelingen met een minderjarig meisje in een staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn. De tenlastelegging betrof handelingen in de nacht van 9 op 10 februari 2018 te Lelystad.
Tijdens de terechtzittingen op 15 mei en 14 juni 2023 werden verklaringen van de aangeefster, verdachte, medeverdachten en getuigen gehoord, alsmede toxicologisch onderzoek beoordeeld. De aangeefster had wisselende verklaringen afgelegd over de omstandigheden en haar toestand, en het bewijs bood onvoldoende ondersteuning voor haar stelling dat zij niet in staat was haar seksuele integriteit te beschermen. Ook het toxicologisch onderzoek toonde niet overtuigend aan dat zij in een toestand verkeerde die haar wilsonbekwaam maakte.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de aangeefster niet in staat was haar seksuele integriteit te beschermen en dat verdachte dit wist of bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde. De verklaringen van getuigen boden onvoldoende steun en de aangeefster maakte kort na de handelingen nog helder gebruik van haar mobiele telefoon. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de kosten van de verdediging, die tot op heden nihil zijn begroot.