De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van het plegen van seksuele handelingen met een minderjarig meisje, terwijl zij in een toestand verkeerde waarin zij haar seksuele integriteit niet kon beschermen. De zaak betrof handelingen in februari 2018 te Lelystad, waarbij verdachte samen met anderen werd verdacht.
De rechtbank heeft het bewijs zorgvuldig gewogen, waaronder verklaringen van het slachtoffer, verdachte, medeverdachten en getuigen, alsmede toxicologisch onderzoek. Hoewel vaststond dat het meisje onder invloed was van alcohol en drugs, kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat zij niet in staat was haar seksuele integriteit te beschermen en dat verdachte hiervan op de hoogte was of dit bewust heeft aanvaard.
De verklaringen van het slachtoffer waren wisselend en vertoonden inconsistenties, onder meer over het aantal betrokkenen en de gebruikte middelen. Ook het feit dat het slachtoffer kort na de handelingen adequaat gebruik kon maken van haar mobiele telefoon, weegt mee. Getuigenverklaringen en toxicologisch onderzoek boden onvoldoende steun voor de stelling dat het slachtoffer bewusteloos of volledig weerloos was.
De rechtbank wees de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding af wegens de vrijspraak en verklaarde haar niet-ontvankelijk. De kosten van de verdediging tegen deze vordering werden begroot op nihil. Het vonnis werd uitgesproken op 14 juni 2023 door de meervoudige kamer te Lelystad.