Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 juni 2023 in de zaak tussen
Sam Companies B.V., uit Utrecht, eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (verweerder)
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
het bouwwerkwordt gebruikt voor criminele activiteiten. De in die procedure bestreden overtredingen van de Wet Arbeid Vreemdelingen, de Wet milieubeheer en het Asbestverwerkingsbesluit mochten niet aan de weigering van de omgevingsvergunning op grond van artikel 3, eerste lid, sub b, van de Wet Bibob ten grondslag worden gelegd. Echter, in de uitspraak van 17 juli 2019 [8] nuanceert de Afdeling deze overweging. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan ook op de b-grond worden geweigerd. Dat is, zo volgt uit artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet Bibob, mogelijk als ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Dat gevaar moet ingevolge artikel 3, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet Bibob worden vastgesteld op basis van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die zijn gepleegd bij activiteiten die overeenkomen of samenhangen met activiteiten waarvoor de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is aangevraagd. Daarbij verwijst de Afdeling onder andere naar de financiering van bouwactiviteiten, die faciliterend kan zijn voor het plegen van overtredingen. Andere lichtere en incidentele overtredingen die zijn gepleegd tijdens of vanwege eerdere bouwactiviteiten kunnen bijdragen aan het oordeel dat een aangevraagde omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vanwege de b-grond moet worden geweigerd.
dezebeschreven strafbare feiten te plegen’, er onder meer is voldaan aan het samenhangcriterium. Met de aangevraagde omgevingsvergunning bouw is het echter niet mogelijk om de reeds begane overtredingen van de Huisvestingswet 2014 en Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015 te begaan. De toets die het LBB in het Bibob-advies gebruikt klopt derhalve niet.
Het Bureau merkt in dat kader op dat het ontbreken van de vereiste exploitatievergunning voor het hostel de vermoedelijk door [A] gepleegde en genoemde feiten ook en te meer mogelijk lijkt te maken.(…)”. Immers kunnen de overtredingen waarmee [A] in verband wordt gebracht niet worden begaan vanwege het ontbreken van de exploitatievergunning. Daarnaast heeft eiseres onbestreden op zitting gesteld dat zij nog geen exploitatievergunning nodig heeft op het moment dat zij haar pand gaat verbouwen.