ECLI:NL:RVS:2017:1218
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.C.M.A. Michiels
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering en intrekking omgevingsvergunning wegens ernstig gevaar op misbruik volgens Wet Bibob
Het college van burgemeester en wethouders van Someren weigerde op 21 april 2015 een omgevingsvergunning voor een nieuwe inrichting en trok de eerder verleende vergunning voor een agrarisch bedrijf met vleesvarkens in. Dit gebeurde op basis van een Bibob-advies dat een ernstig gevaar constateerde dat de vergunningen mede gebruikt zouden worden voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het college terecht het Bibob-advies heeft gevolgd en dat er sprake is van een zakelijk samenwerkingsverband tussen appellante en natuurlijke personen en rechtspersonen die strafbare feiten hebben gepleegd. Dit rechtvaardigt de weigering en intrekking van de vergunningen.
Daarnaast heeft het college dwangsommen opgelegd en deze ingevorderd wegens het niet naleven van opgelegde lasten. Het beroep tegen de invordering is eveneens ongegrond verklaard, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die invordering zouden kunnen verhinderen. De Afdeling benadrukt dat het belang van invordering zwaarwegend is en dat een beroep op geringe draagkracht in de invorderingsfase in principe niet wordt gehonoreerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de weigering en intrekking van de omgevingsvergunning en de invordering van de dwangsommen standhouden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering en intrekking van de omgevingsvergunning en verklaart het beroep tegen de invordering van dwangsommen ongegrond.