Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van [handelsnaam] .
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak staat een executiegeschil centraal naar aanleiding van een vonnis waarin een heronderhandelingsplicht is opgelegd over het elektriciteitstarief tussen twee bedrijven. [Eiseres] huurt serverruimte van [handelsnaam] tegen een vast energietarief, maar vanwege gestegen energieprijzen wil [handelsnaam] het tarief verhogen.
Een eerder kort geding vonnis van 14 maart 2023 veroordeelde [eiseres] om binnen 48 uur na betekening te heronderhandelen over het tarief. [Handelsnaam] stelt dat [eiseres] niet voldoende heeft onderhandeld en vordert betaling van dwangsommen. [Eiseres] startte dit kort geding om executie van de dwangsommen te voorkomen en om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis te bewerkstelligen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat [eiseres] wel degelijk binnen de gestelde termijn een redelijk voorstel heeft gedaan en dat het onderhandelingsproces nog loopt. Daarom wordt executie van de dwangsommen verboden. De dwangsom wordt niet opgeheven omdat er geen sprake is van onmogelijkheid tot nakoming. De tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst tot het hoger beroep is beslist, waarbij het financiële belang van [eiseres] zwaarder weegt dan dat van [handelsnaam].
Tot slot wordt [handelsnaam] veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Executie van dwangsommen verboden en tenuitvoerlegging vonnis geschorst tot hoger beroep is beslist.