Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding in de zaak met zaaknummer 9847534 UC EXPL 22-2961;
- het door deze rechtbank op 18 mei 2022 tussen de VVE en [eiser] bij verstek gewezen vonnis in die zaak;
- de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie);
- de brief van 2 februari 2023 van de VVE met aanvullende bijlagen;
- de e-mail van 9 februari 2023 van [eiser] met bijlagen.
- [eiser] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 980,18 (bestaande uit de achterstallige VVE-bijdrage van in totaal € 1.753,60 over de maanden juli 2021 tot en met april 2022, de doorbelasting van de schoonmaakkosten voor het balkon van [eiser] van € 475,29, € 6,05 aan kadastrale recherchekosten, € 14,42 aan wettelijke rente tot 20 april 2022 en € 309,06 aan buitengerechtelijke incassokosten minus de betaling van € 1.578,24 door [eiser] op 7 maart 2022 na de aanmaning van de VVE), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2022;
- [eiser] veroordeelt tot maandelijkse doorbetaling van de periodieke voorschotbedragen vanaf 1 mei 2022, indien [eiser] in gebreke blijft deze te voldoen, vermeerderd met de wettelijke rente;
- [eiser] veroordeelt in de proceskosten.