ECLI:NL:RBMNE:2023:3207

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 mei 2023
Publicatiedatum
30 juni 2023
Zaaknummer
UTR 23/621
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet langdurige zorgWet maatschappelijke ondersteuning
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wlz-indicatie wegens niet voldoen aan toekenningsvoorwaarden

Eiseres, een 74-jarige vrouw met diverse lichamelijke en psychische beperkingen, diende een aanvraag in voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees deze aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden, met name het ontbreken van een noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid.

Eiseres voerde aan dat het besluit in strijd was met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat zij door de huidige zorg via de Wmo en zorgverzekering onvoldoende werd ondersteund. De rechtbank erkende de problematiek van eiseres, maar stelde dat zij gebonden was aan de wettelijke criteria voor Wlz-toekenning.

De rechtbank concludeerde dat het CIZ terecht het medisch advies heeft gevolgd, waarin werd vastgesteld dat eiseres wel zorg nodig heeft, maar niet in die mate dat 24 uur per dag zorg noodzakelijk is. Er was geen sprake van ernstige regieproblemen of medische noodzaak voor continue nabijheid van zorg. De rechtbank zag geen aanleiding om het medisch advies te betwijfelen en wees het beroep af.

Eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman op 26 mei 2023.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar Wlz-aanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/621

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.D.F.V. Hein),
en

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).

Inleiding

Eiseres is 74 jaar en heeft verschillende lichamelijke aandoeningen, waardoor zij wordt beperkt in haar mobiliteit. Daarnaast heeft eiseres last van een visuele beperking en psychische problemen. Eiseres woont zelfstandig. Eiseres krijgt hulp bij het huishouden en bij het douchen en beschikt over verschillende hulpmiddelen. Eiseres heeft geen netwerk waar ze op terug kan vallen. Eiseres vindt de hulp die zij nu krijgt op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en haar zorgverzekering onvoldoende. Eiseres heeft daarom een aanvraag ingediend voor een Wlz-indicatie.
Het CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 19 augustus 2022 (het primaire besluit) afgewezen. Met het bestreden besluit van 30 december 2022 op het bezwaar van eiseres is het CIZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld. Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 26 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het CIZ.

Standpunten van partijen

Het bestreden besluit
5. Het CIZ wijst de aanvraag af en vindt dat eiseres geen recht heeft op een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). In het geval van eiseres is sprake van de grondslag somatische aandoening, zintuigelijke handicap en psychische stoornis. Eiseres voldoet niet aan de toekenningsvoorwaarden, omdat uit het advies van de medisch adviseur volgt dat eiseres geen permanent toezicht of 24 uur per dag zorg nodig heeft om ernstig nadeel te voorkomen. Eiseres is in staat om op de relevante momenten hulp in te roepen en het merendeel van de benodigde zorg kan op planbare momenten geleverd worden.
Standpunt eiseres
6. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij vindt dat het CIZ dit besluit heeft genomen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het CIZ heeft onvoldoende zorgvuldig naar haar aanvraag gekeken. Gelet op haar zorgbehoefte voldoet zij aan de toegamgscriteria voor de Wlz.
Beoordeling door de rechtbank
7. De rechtbank begrijpt dat eiseres graag een Wlz-indicatie wil vanwege de moeilijkheden die zij ondervindt bij het verkrijgen van voldoende zorg via de Wmo en haar zorgverzekering. Eiseres heeft tijdens de zitting indringend verteld over de problemen die zij ervaart bij realiseren van de voor haar benodigde zorg. Uit het verhaal van eiseres komt duidelijk naar voren dat zij op dit moment niet de hulp krijgt die zij nodig heeft. Eiseres ervaart een groot gat tussen het recht op zorg vanuit de Wmo en de Wlz. Dit is echter een keuze die de wetgever heeft gemaakt. De rechtbank kan bij de beoordeling van deze zaak niet zoals eiseres wil buiten deze wettelijke kaders treden. Dit betekent dat de beoordeling van de rechtbank in het vervolg van deze uitspraak zich beperkt tot de vraag of het CIZ de Wlz-aanvraag mocht afwijzen, omdat eiseres niet aan de toekenningsvoorwaarden voldoet.
8. De rechtbank oordeelt dat het CIZ de aanvraag van eiseres voor een Wlz-indicatie terecht heeft afgewezen, omdat zij niet aan de toekenningsvoorwaarden voldoet. De rechtbank overweegt dat iemand alleen in aanmerking komt voor een indicatie op grond van de Wlz als aan alle voorwaarden is voldaan. Het CIZ heeft geen mogelijkheid om van deze regels af te wijken. Kort samengevat komt het er op neer dat iemand alleen in aanmerking komt voor een Wlz-indicatie als:
- er een grondslag is; en
- er 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen; en
- deze zorgbehoefte blijvend is.
9. De rechtbank oordeelt dat het CIZ de afwijzing van de Wlz-aanvraag mocht baseren op het medisch advies van 19 december 2022 en het aanvullend medisch advies van 23 december 2022. Dit zijn deskundigenadviezen. Naar vaste rechtspraak mag het CIZ zich op deze adviezen baseren als deze op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en inhoudelijk goed te volgen zijn. Dat is in dit geval zo. De medisch adviseurs hebben de beschikbare medische informatie en de bij de hoorzitting van 23 december 2023 verkregen informatie bij de beoordeling betrokken. Ook hebben zij aanvullende informatie bij de behandeld sector opgevraagd. Op basis van deze informatie hebben de medisch adviseurs zich voldoende zorgvuldig een beeld van de medische situatie van eiseres kunnen vormen.
10. De medisch adviseurs hebben de grondslag somatische aandoening, zintuigelijke handicap en psychische stoornis vastgesteld. Uit de medisch adviezen volgt dat eiseres vanwege haar klachten zorg nodig heeft. Er kan echter niet worden vastgesteld dat er een medische noodzaak is voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Er is geen sprake van ernstige regieproblemen waardoor eiseres geen hulp kan inschakelen op de benodigde momenten. Ook zijn er geen medische bezwaren om de gevraagde hulp af te wachten. Dit betekent dat eiseres niet aan de toekenningsvoorwaarden voor een Wlz-indicatie voldoet. In wat eiseres aanvoert ziet rechtbank geen reden om te twijfelen aan de conclusies van de medisch adviseurs. Er is niet gebleken dat de medisch adviseurs bij hun beoordeling medisch relevante feiten hebben gemist. Eiseres heeft verder geen objectieve medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat de conclusies van de medisch adviseurs geen stand kunnen houden. De beroepsgronden slagen daarom niet.
11. Tijdens de zitting heeft eiseres de rechtbank verzocht om een deskundige te benoemen. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding. Uit het voorgaande volgt immers dat er bij de rechtbank geen twijfel bestaat over de zorgvuldigheid en juistheid van de medisch adviezen.

Conclusie en gevolgen

12. Het CIZ heeft terecht de aanvraag van eiseres voor een Wlz-indicatie afgewezen. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.