ECLI:NL:RBMNE:2023:3335
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks gewijzigde medische beoordelingen
Eiser, voormalig magazijn- en werkplaatsmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan per 6 september 2021. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheidspercentage van 1,38% vast, later herzien tot 14,62% bij bezwaar en uiteindelijk tot 21,62% in beroep, waarbij steeds meer beperkingen werden aangenomen. Eiser betwistte de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de geschiktheid van de geduide functies.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zijn besluiten op zorgvuldige wijze heeft genomen, waarbij de medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen als betrouwbaar werden beschouwd. De wisselende percentages weerspiegelen een heroverweging en aanvullingen in het proces, wat niet leidt tot onzorgvuldigheid. Wel werd een motiveringsgebrek in het bestreden besluit vastgesteld, dat echter onder toepassing van artikel 6:22 Awb Pro werd gepasseerd.
Eiser voerde aan dat de beperkingen onvoldoende werden erkend, met name ten aanzien van polsklachten en long-covid, en dat de functies niet passend waren. De rechtbank volgde de medische en arbeidskundige motivering dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de functies binnen de belastbaarheid van eiser passen. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege het gepasseerde motiveringsgebrek.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.