Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Hoeblalaan de Sumatraweg. Volgens de beelden is [slachtoffer] , bezig de weg over te steken. Op de beelden is verder te zien dat een voertuig met een vrij hoge snelheid komt aanrijden, die [slachtoffer] vervolgens aanrijdt. Het betreft een grijs gelakt voertuig vermoedelijk van het merk Toyota, type Opa. De bestuurder van bedoeld voertuig rijdt na het ongeval door, zonder zich te ontfermen over het slachtoffer. [6]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 7, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
11.BESLISSING
-+Strafbaarheid
gevangenisstrafvan
10 (tien) maanden;
ontzegtverdachte ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van
3 (drie) jaren;
- wijst de vordering van [benadeelde] toe tot een bedrag van € 1.958,34 (negentienhonderdachtenvijftig euro en vierendertig cent);
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2018 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat € 1.958,34 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 29 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.