ECLI:NL:RBMNE:2023:3402

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 juni 2023
Publicatiedatum
7 juli 2023
Zaaknummer
10318750
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedaagde tekortgeschoten door treintje rijden in parkeergarage, incassokosten afgewezen wegens oneerlijk beding

Q-Park vordert betaling van parkeertarief en aanvullende schadevergoeding van gedaagde wegens het verlaten van de parkeergarage zonder betaling door middel van treintje rijden. Gedaagde erkent het verlaten zonder betaling maar stelt dat het een vergissing was en wil in termijnen betalen.

De rechtbank stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten en dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten door zonder betaling de parkeergarage te verlaten. Camerabeelden tonen dat gedaagde vlak achter een voorganger onder de slagboom doorreed terwijl deze dichtging, wat treintje rijden bevestigt.

De aanvullende schadevergoeding is niet oneerlijk volgens de Richtlijn 93/13/EEG, gezien de preventieve werking en onderbouwing van de schade. Het beding over buitengerechtelijke incassokosten in de algemene voorwaarden is echter wel oneerlijk en wijkt nadelig af van de wettelijke regeling, waardoor deze kosten worden afgewezen.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 385,52 plus wettelijke rente vanaf 15 oktober 2022 en de proceskosten van € 355,99. Een betalingsregeling is niet afgedwongen omdat gedaagde dit onvoldoende heeft onderbouwd en Q-Park niet verplicht is hiermee akkoord te gaan.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van parkeertarief en aanvullende schadevergoeding, incassokosten worden afgewezen wegens oneerlijk beding.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10318750 \ UC EXPL 23-850
Vonnis van 7 juni 2023
in de zaak van
Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Q-Park,
gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 februari 2023 met producties;
- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 22 februari 2023, waarop [gedaagde] is verschenen;
- de door [gedaagde] overgelegde e-mail correspondentie met mr C.F.P.M. Spreksel
- de conclusie van repliek, waarop door [gedaagde] niet meer is gereageerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Q-Park exploiteert parkeeraccommodaties in Nederland, waaronder parkeeraccommodatie Utrecht-La Vie in Utrecht (hierna: de parkeergarage).
2.2.
Het parkeermanagementsysteem en de camera’s van Q-Park hebben geregistreerd dat met de auto met kenteken [kenteken] (type: Opel Corsa ) op 15 oktober 2022 gebruik is gemaakt van de parkeergarage en dat deze auto om 16:23 uur zonder te betalen de parkeergarage is uitgereden door direct achter een voorganger onder de slagboom door te rijden; het zogenoemde treintje rijden. Het kenteken van deze auto stond op dat moment op naam van [gedaagde] .
2.3.
Op het informatiebord van de parkeergarage worden onder meer de tarieven vermeld en wordt verwezen naar de algemene voorwaarden van Q-Park.
2.4.
In de algemene voorwaarden van Q-Park – zoals door haar overgelegd – is onder meer het volgende opgenomen:
“5.5 Het met een Motorvoertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit zonder gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd Parkeerbewijs is onder geen beding toegestaan.
5.6
In geval van verlies of het ontbreken van het Parkeerbewijs, is de Parkeerder het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief "verloren kaart" zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd. De Parkeerder dient dit bedrag vóór het verlaten van de Parkeerfaciliteit te voldoen. […]
5.7
Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde Parkeergeld met het Motorvoertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit, bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde "treintje rijden" waarbij de Klant direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is onder geen beding toegestaan.
5.8
Indien Q-Park een gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in artikel 5.5 of 5.7 van deze Voorwaarden constateert, is de Klant het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief "verloren kaart" zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit verschuldigd, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 319,97 (incl. BTW prijspeil 2020).
5.9
Q-Park is vrij het in artikel 5.8 genoemde bedrag aan aanvullende schadevergoeding jaarlijks te indexeren conform CPI.
[…]
8.2
Indien Q-Park genoodzaakt is een sommatie, ingebrekestelling of ander exploot aan de Klant te doen uitbrengen of in geval van noodzakelijke procedures tegen de Klant, is de Klant verplicht alle daarvoor gemaakte kosten, waaronder de kosten van rechtskundige bijstand, zowel in als buiten rechte, aan Q-Park te vergoeden. Voor zover incassomaatregelen noodzakelijk zijn, worden de buitengerechtelijke kosten tussen partijen bij voorbaat vastgesteld op 15% van de onbetaalde hoofdsom, met een minimum van € 250,-, tenzij hiervoor een andersluidende bindende wettelijke regeling geldt.”
2.5.
Bij brief van 2 november 2022 heeft Q-Park [gedaagde] verzocht om een bedrag van € 385,52 binnen 16 dagen na bezorging van de brief te betalen.
2.6.
[gedaagde] heeft bij e-mails van 11 en 14 november 2022 aan de gemachtigde van Q-Park gevraagd om een betalingsregeling. Q-Park was daartoe niet bereid.
2.7.
[gedaagde] is niet tot betaling overgegaan.

3.Het geschil

3.1.
Q-Park vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om aan haar te betalen een bedrag van € 443,35, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Q-Park stelt zich in dat verband op het standpunt dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst, althans onrechtmatig heeft gehandeld, doordat hij zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld met zijn auto door middel van het “treintje rijden” de parkeergarage heeft verlaten. Q-Park stelt dat [gedaagde] op grond van de algemene voorwaarden gehouden is het geldende tarief verloren kaart van € 60,00 en de aanvullende schadevergoeding van € 325,52 (prijspeil 2021) aan haar te voldoen en maakt daarnaast aanspraak op een bedrag van € 51,83 aan buitengerechtelijke incassokosten.
3.3.
[gedaagde] erkent dat hij op 15 oktober 2022 de parkeergarage is uitgereden zonder te betalen, maar stelt dat dit een vergissing was. Hij is bereid te betalen, maar in termijnen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Door het binnenrijden van de parkeergarage is tussen Q-Park en [gedaagde] een overeenkomst tot stand gekomen. Onderdeel van deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Q-Park. Dat is door [gedaagde] niet betwist, en de kantonrechter gaat daarom bij de beoordeling van de vorderingen van Q-Park hiervan uit.
4.2.
[gedaagde] heeft erkend dat hij op 15 oktober 2022 de parkeergarage zonder te betalen heeft verlaten, zodat dit in rechte is komen vast te staan. Q-Park heeft, bij repliek, camerabeelden in het geding gebracht waarop is te zien dat de auto van [gedaagde] – met kenteken [kenteken] – op 15 oktober 2022 vlak achter een voorgaande auto de parkeergarage heeft verlaten. Ook is te zien dat de slagboom normaal functioneerde, en een neergaande beweging maakte op het moment dat [gedaagde] achter de voorgaande auto aanreed. Gelet daarop is dan ook niet gebleken dat bij [gedaagde] sprake was van een vergissing. De conclusie is daarom dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst.
4.3.
Omdat [gedaagde] een consument is, moeten de bedingen in de algemene voorwaarden waar Q-Park zich op beroept worden getoetst aan Richtlijn 93/13/EEG over oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Volgens artikel 3 lid 1 van Pro de richtlijn wordt een beding als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Op grond van de bijlage bij deze richtlijn kan een beding dat tot doel of tot gevolg heeft de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen, als oneerlijk beding worden aangemerkt (artikel 1 onder Pro 2 van de bijlage in samenhang met artikel 3 lid 3 van Pro de richtlijn).
4.4.
Vanwege het treintje rijden is de vordering voor wat betreft het tarief verloren kaart van € 60,00 toewijsbaar. De door Q-Park gevorderde aanvullende schadevergoeding in verband met het treintje rijden is niet oneerlijk in de zin van de richtlijn. Dit gelet op wat door Q-Park is gesteld over de beoogde preventieve werking van die aanvullende schadevergoeding, de gevaarzetting voor andere verkeersdeelnemers door het treintje rijden en de gemotiveerde onderbouwing van Q-Park van de hierdoor door haar geleden schade. De vordering van € 325,52 aan aanvullende schadevergoeding is dan ook eveneens toewijsbaar.
4.5.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom van € 385,52 is niet weersproken en zal worden toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld.
4.6.
In artikel 8.2 van haar algemene voorwaarden heeft Q-Park een beding opgenomen met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten. Dit beding wijkt ten nadele van de consument af van het bepaalde in artikel 6:96 BW Pro in combinatie met het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Op grond van het beding kan immers een onevenredig hoog en ongelimiteerd bedrag aan schade aan de consument worden opgelegd, en de toevoeging aan dit beding “tenzij hiervoor een andersluidende bindende wettelijke regeling geldt” is te weinig concreet. Omdat Q-Park daarmee een oneerlijk beding in haar algemene voorwaarden heeft staan, kan zij niet subsidiair op grond van de wet incassokosten vorderen. Dit gelet op de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68 (
Dexia). Alleen door op deze wijze afschrikkend, evenredig en doeltreffend te sanctioneren, wordt de met de richtlijn beoogde doelstelling bereikt en verdwijnen oneerlijke bedingen uit overeenkomsten met consumenten. Het voorgaande leidt tot afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.
4.7.
[gedaagde] heeft zich er nog op beroepen dat hij het door Q-Park gevorderde bedrag niet in een keer kan voldoen. Dit heeft [gedaagde] echter niet onderbouwd. Q-Park kan bovendien hoe dan ook niet worden verplicht om met [gedaagde] een betalingsregeling overeen te komen.
4.8.
[gedaagde] is de partij die grotendeels ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Q-Park als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
107,99
- griffierecht
128,00
- salaris gemachtigde
120,00
(1,50 punten × € 80,00)
Totaal
355,99

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 385,52, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 15 oktober 2022, tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Q-Park tot dit vonnis vastgesteld op € 355,99;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W.A.Schimmel en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2023.