Q-Park vordert betaling van parkeertarief en aanvullende schadevergoeding van gedaagde wegens het verlaten van de parkeergarage zonder betaling door middel van treintje rijden. Gedaagde erkent het verlaten zonder betaling maar stelt dat het een vergissing was en wil in termijnen betalen.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten en dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten door zonder betaling de parkeergarage te verlaten. Camerabeelden tonen dat gedaagde vlak achter een voorganger onder de slagboom doorreed terwijl deze dichtging, wat treintje rijden bevestigt.
De aanvullende schadevergoeding is niet oneerlijk volgens de Richtlijn 93/13/EEG, gezien de preventieve werking en onderbouwing van de schade. Het beding over buitengerechtelijke incassokosten in de algemene voorwaarden is echter wel oneerlijk en wijkt nadelig af van de wettelijke regeling, waardoor deze kosten worden afgewezen.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 385,52 plus wettelijke rente vanaf 15 oktober 2022 en de proceskosten van € 355,99. Een betalingsregeling is niet afgedwongen omdat gedaagde dit onvoldoende heeft onderbouwd en Q-Park niet verplicht is hiermee akkoord te gaan.