Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Procesverloop
10 december 2020 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De rechtbank heeft deze uitspraak op bezwaar op 7 mei 2021 (UTR 20/4694) vernietigd en de heffingsambtenaar opgedragen een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen (bevestigd door het Hof Arnhem-Leeuwarden). De heffingsambtenaar heeft in een nieuwe uitspraak op bezwaar van 28 juli 2022 het bezwaar van eiser gegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
28 juli 2022 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser gegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
28 juli 2022 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser gegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Overwegingen
- [adres 2], verkocht op 25 mei 2018 voor € 427.500,-.
- [adres 3], verkocht op 30 april 2019 voor € 450.000,-.
- [adres 4], verkocht op 19 juni 2019 voor € 475.000,-.
- [adres 5], verkocht op 1 juli 2019 voor € 500,000,-.
- [adres 6], verkocht op 5 juli 2019 voor € 422.500,-.
- [adres 7], verkocht op 30 april 2019 voor € 450.000,-.
- [adres 4], verkocht op 19 juni 2019 voor € 475.000,-.
- [adres 5], verkocht op 1 juli 2019 voor € 500,000,-.
- [adres 8], verkocht op 4 februari 2020 voor € 537.500,-.
- [adres 9], verkocht op 18 november 2020 voor € 410,000,-.
- [adres 10], verkocht op 3 september 2021 voor € 680.000,-.
Zijn de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd?
Heeft eiser recht op vergoeding van immateriële schade in de zaak UTR 22/4180?
7 mei 2021. Op dat moment had de procedure dus 1 jaar, 1 maand en 16 dagen geduurd. Vervolgens is bij het Hof Arnhem-Leeuwarden een hoger beroepsprocedure gevoerd, waarin uitspraak is gedaan op 1 maart 2022. De redelijke termijn voor de procedure in eerste aanleg is op 2 maart 2022 weer gaan lopen. Sindsdien zijn tot aan de datum van deze uitspraak (10 juli 2023) 1 jaar, 4 maanden en 9 dagen verstreken. In totaal heeft de procedure in eerste aanleg dus 2 jaar, 5 maanden en 25 dagen geduurd. De termijn is met bijna 6 maanden overschreden. Dat is geheel te wijten aan de heffingsambtenaar (die in totaal 6,5 maanden over de behandeling van het bezwaar heeft gedaan).
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van € 50,- aan schadevergoeding aan eiser;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- stelt de WOZ-waarde van de woning aan de [adres 1] in [woonplaats] voor het belastingjaar 2021 vast op € 530.000,-, naar de waardepeildatum 1 januari 2020, en bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig dient te worden verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ter hoogte van € 24,74;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden;