ECLI:NL:RBMNE:2023:3721

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 juli 2023
Publicatiedatum
20 juli 2023
Zaaknummer
UTR 23/2786
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit gemeente Almere

Eiser woont nabij een parkeerplaats en een ontsluitingsweg waar een bouwweg is aangelegd. Eiser verzoekt het college van burgemeester en wethouders van Almere handhavend op te treden tegen het parkeren op de bouwweg en berm en tegen de aanleg van de bouwweg die volgens hem in strijd is met het bestemmingsplan.

Het college verklaarde het handhavingsverzoek aanvankelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbende, maar wijzigde dit en wees het verzoek inhoudelijk af. Het bezwaar van eiser werd opnieuw niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen.

Eiser verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de verkoop van gemeentelijke gronden en het wijzigen van het beleid over ligplaatsen in de jachthaven zou verbieden, uit vrees dat de parkeerplaats alsnog gelegaliseerd wordt.

De voorzieningenrechter oordeelde dat deze voorzieningen niet kunnen worden getroffen in het kader van de bezwaarprocedure en dat het verbieden van verkoop of beleidswijziging niet tot de bevoegdheid van de voorzieningenrechter behoort. Daarom werd het verzoek afgewezen.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de voorzieningenrechter de gevraagde maatregelen niet kan treffen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2786

uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 juli 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] uit [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere , verweerder.

Inleiding

1. Eiser woont aan de [adres] in [woonplaats] , vanwaar hij uitkijkt op een parkeerplaats en een ontsluitingsweg. Er is een bouwweg aangelegd. Achter de parkeerplaats ligt restaurant [bedrijf] . Verder ligt er een jachthaven in de directe omgeving, waar een watersportvereniging is gevestigd.
2. Eiser wil niet dat er geparkeerd wordt op de bouwweg en in de berm, in plaats van op de parkeerplaats. Ook wil eiser dat de bouwweg wordt verwijderd, omdat die volgens eiser in strijd met het bestemmingsplan is aangelegd, en dat de parkeerplaats in oude staat wordt teruggebracht. Eiser heeft het college verzocht om hiertegen handhavend op te treden.
3. Het college heeft eiser eerst nietontvankelijk verklaard in zijn handhavingsverzoek omdat eiser geen belanghebbende zou zijn. In een tweede besluit heeft het college eiser alsnog als belanghebbende aangemerkt en zijn handhavingsverzoek inhoudelijk beoordeeld, maar afgewezen omdat er volgens het college geen sprake zou zijn van overtredingen. Het bezwaar dat eiser vervolgens heeft ingediend heeft het college nietontvankelijk verklaard, wederom omdat eiser geen belanghebbende zou zijn.
4. Eiser heeft beroep ingesteld. Met de uitspraak van 17 mei 2023 heeft de rechtbank het beroep van eiser gegrond verklaard, omdat het college, eiser volgens de rechtbank ten onrechte niet als belanghebbende heeft aangemerkt. [1] Het college moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van eiser.
5. Hierna heeft eiser de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Eiser vraagt de voorzieningenrechter - kort gezegd - om, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen op zijn bezwaar, de gemeente te verbieden om:
- de gronden waar de watersportvereniging thans is gevestigd te verkopen;
- de bepaling dat ligplaatsen in de jachthaven ook mogen worden gebruikt door anderen dan bewoners van de wijk die lid zijn van de watersportvereniging, op te heffen.
Eiser vermoedt namelijk dat de gemeente van plan is om op de locatie van de watersportvereniging een nieuwe jachthaven te realiseren, waardoor de parkeerplaats (die nu nog in strijd is met het bestemmingsplan volgens eiser) alsnog gelegaliseerd wordt. Dit wil eiser voorkomen.

Overwegingen

6. De voorzieningenrechter kan uitspraak doen zonder de zaak op een zitting te behandelen als het verzoek kennelijk ongegrond is. [2] Dat is in deze zaak het geval.
7. De voorzieningenrechter oordeelt dat het in het kader van de bezwaarprocedure over de afwijzing van het handhavingsverzoek van eiser, niet mogelijk is om de voorzieningen te treffen die eiser vraagt. De voorzieningenrechter kan de gemeente niet verbieden om gemeentelijke gronden te verkopen. Ook kan de voorzieningenrechter de gemeenteraad niet verbieden om zijn beleid over ligplaatsen in Almere te veranderen.
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van eiser daarom af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer - de Bruin, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2023.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

2.Dat staat in artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).