Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 juli 2023;
- een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 4 Sv, te weten een forensisch pathologisch onderzoeksrapport naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke aard van overlijden, opgemaakt door arts en forensisch patholoog drs. [C]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 juli 2023;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 16 november 2022, genummerd MD2R022167-350, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] , werkzaam bij de politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende de bevindingen aangaande het onderzoek naar de gegevens van de IPhone 8 van verdachte
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een rapport van [instelling] van 23 januari 2023, opgemaakt door [G] , reclasseringswerker;
- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 3 april 2023, waaruit volgt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld;
- een (Pro Justitia-) triple rapportage van 7 april 2023, opgemaakt door [H] , psychiater, [I] , GZ-psycholoog, en [J] , forensisch milieuonderzoeker.
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJEN
,nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan de benadeelde partij [A] bevordert. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 347 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
,nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan de benadeelde partij [B] bevordert. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 223 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 33, 33a, 36f, 47, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie,
13.BESLISSING
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
gevangenisstrafvan
10 (tien) jaren;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [A] van een bedrag van € 68.897,81, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2022 tot aan de dag van algehele voldoening, bestaande uit € 28.897,81 ter vergoeding van materiële schade en € 40.000,- ter vergoeding van immateriële schade;
- wijst het meer gevorderde af;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [A] aan de Staat € 68.897,81 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 347 (driehonderdzevenenveertig) dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij [A] dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [B] van een bedrag van € 37.764,42, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2022 tot aan de dag van algehele voldoening, bestaande uit € 264,42 ter vergoeding van materiële schade en € 37.500,- ter vergoeding van immateriële schade;
- verklaart [B] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [B] aan de Staat € 37.764,42 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 223 (tweehonderddrieëntwintig) dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij [B] dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;