ECLI:NL:RBMNE:2023:4006

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 mei 2023
Publicatiedatum
31 juli 2023
Zaaknummer
UTR 23/1039
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bij te laat bezwaar tegen besluit uit 2011

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 15 februari 2023, betreffende een besluit dat op 2 maart 2011 is genomen. De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift te laat is ingediend, aangezien het pas op 31 januari 2023 door verweerder is ontvangen, terwijl de termijn zes weken na bekendmaking is.

Eiser stelt dat hij het besluit nooit heeft ontvangen en dat het besluit niet op de juiste wijze bekend is gemaakt. De rechtbank verwijst echter naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat het besluit rechtsgeldig bekend is gemaakt en onherroepelijk is geworden. Ook als het besluit niet correct bekend zou zijn, is het bezwaarschrift alsnog te laat ingediend, aangezien eiser het besluit op 23 november 2022 heeft ingezien en binnen zes weken beroep had moeten instellen.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 8 mei 2023 in Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid vanwege te late indiening van het bezwaarschrift.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1039

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 15 februari 2023.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).
In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 2 maart 2011. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 13 april 2011 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op
31 januari 2023. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. Eiser geeft aan dat hij het besluit nooit heeft ontvangen en gaat er daarom vanuit dat verweerder het besluit niet op de juiste wijze bekend heeft gemaakt. Verweerder heeft ook geen verzendadministratie overlegd. Omdat het besluit niet op de juiste bekend is gemaakt, is de bezwaartermijn niet aangevangen. Eiser heeft pas kennis genomen van het besluit van
2 maart 2011 door kennis te nemen van de inhoud van het dossier dat verweerder aan de rechtbank zond. Dit dossier is door de rechtbank op 23 november 2022 in de zaak met zaaknummer UTR 22/5280 toegestuurd aan eiser. Eiser merkt hierover op dat het toezenden van een procesdossier niet aangemerkt kan worden als bekendmaking van een besluit als bedoeld in artikel 3:41 van Pro de Awb (ECLI:NL:CRVB:AW3037).
4. De rechtbank is het niet eens met eiser. In de uitspraak van de rechtbank van 20 maart 2023 (zaaknummer UTR 22/5280) heeft de rechtbank overwogen dat het besluit van 2 maart 2011 onherroepelijk is geworden. Het besluit is naar het oordeel van de rechtbank, anders dan eiser stelt wel op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt en daartegen is niet binnen zes weken bezwaar gemaakt. Maar ook als eiser zou worden gevolgd dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, is het bezwaarschrift toch te laat ingediend. Eiser heeft het besluit namelijk naar eigen zeggen op 23 november 2022 onder ogen gekregen. Eiser had daarom binnen zes weken daarna beroep moeten instellen (ECLI:NL:HR:2005:AT3985 en ECLI:NL:HR:2015:960).
5. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
6. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.