Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangiftevan 7 februari 2020 volgt dat aangeefster [slachtoffer] , blijkens dit proces-verbaal geboren op [1999] , onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van verhoor verdachtevan 2 maart 2022 volgt dat verdachte onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuigevan 2 februari 2022 volgt dat [C] , de zus van aangeefster, onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuigevan 18 februari 2022 volgt dat [A] , een tante van aangeefster, onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
[slachtoffer] als voldoende betrouwbaar kunnen worden aangemerkt om tot uitgangspunt te kunnen dienen in de onderhavige zaak.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 15.061,42. Dit bedrag bestaat uit € 62,42 aan materiële schade en € 15.000,00 aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
€ 10.000,00. De rechtbank zal de immateriële schade voor wat betreft het meer gevorderde derhalve afwijzen.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
9 (negen) maanden, nietzal worden ten uitvoer gelegd,
tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 10.061,42, bestaande uit een bedrag van € 61,42 aan materiële schadevergoeding en een bedrag van € 10.000,00 aan immateriële schadevergoeding;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2013 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.