Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.COLLÉ KLEIBERGWEG B.V.,
2. COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
3.WATERSCHAP RIVIERENLAND,
1.De procedure
- de spreekaantekeningen van de Staat;
Rechtbank Midden-Nederland
De Staat vordert vervroegde onteigening van een perceelsgedeelte van Collé ten behoeve van de verbreding van de Rijksweg A27 tussen Houten en Knooppunt Hooipolder. Collé voert verweer dat de onteigening niet noodzakelijk is vanwege een alternatief plan dat minder grondverlies zou veroorzaken. De rechtbank oordeelt dat dit verweer planologisch van aard is en reeds in de bestuurlijke procedure aan de orde had moeten komen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het tracébesluit onherroepelijk verklaard.
De rechtbank stelt dat de Staat het alternatief van Collé niet verplicht was uitvoerig te onderzoeken en dat de afwijzing van het alternatief voldoende is gemotiveerd. De noodzaak tot onteigening is daarmee gegeven en de Staat heeft de formele onteigeningsprocedures correct gevolgd. De rechtbank wijst de vordering tot vervroegde onteigening toe en stelt het voorschot op schadeloosstelling vast op €193.000,00, te betalen aan de Rabobank als hypotheekhouder.
De schadeloosstelling zal nader worden begroot door benoemde deskundigen. De rechtbank wijst de vordering tot betaling van rente aan de Rabobank toe vanaf 1 oktober 2022 en wijst de vordering tot provisie en kosten af wegens onvoldoende onderbouwing. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vervroegde onteigening toe en bepaalt een voorschot op schadeloosstelling van €193.000,00 te betalen aan de Rabobank.