Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 40,
- de conclusie van antwoord met producties A tot en met D,
- de nagekomen producties E tot en met I van [gedaagde] .
2.Waar gaat het over?
Achtergrond van het geschil
Verdachte heeft zich drie jaar lang schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van de bedrijfsadministraties van [ [stichting] ] en van [ [onderneming 1] ], van welke ondernemingen verdachte bestuurder was. Zo werden op grote schaal valse facturen opgemaakt en ten laste gebracht van bedrijven, die door tussenkomst en bemiddeling van verdachte aanspraak maakten op subsidies, welke vervolgens ook aan deze bedrijven werden verstrekt. (…) Verdachte heeft bovendien niet alleen zijn eigen bedrijven maar ook andere bedrijven meegetrokken in zijn strafrechtelijk handelen; immers doordat zij valse tegenfacturen opstelden ten laste van verdachtes bedrijven pleegden ook zij strafbare feiten.”
3.De beoordeling
Samenvatting
2.4 Vermoedelijk fraudepatroon
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.637,50 (zie zaakp-v 4.4.4.2 en 4.4.4.3).
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.750,00 (zie zaakp-v 4.3.15.1 en 4.4.12.2).
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.750,00 (zaakp-v 4.3.20.1 en 4.4.15.2).
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.712,50. Daarover heeft [G] verklaard dat hij wist dat hij wat geld aan de subsidieaanvraag zou overhouden en dit ook heeft ontvangen (zie zaakp-v 4.3.8.1, 4.3.8.2 en 4.4.5.2).
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.750,00 (zie zaakp-v 4.4.9.1 en 4.4.9.2).
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.562,50 (zie zaakp-v 4.3.9.1 en 4.4.6.2.)
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.750,00. Verder zijn op de telefoon van [gedaagde] WhatsAppberichten gevonden waarin [J] vraagt: “
Facturen feestje weer doen ?" en [gedaagde] daar bevestigend op antwoordt. (zie zaakp-v 4.4.8.2 en 4.4.8.3.)
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.750,00 (zie zaakp-v 4.3.13.1.1, 4.4.10.2.1 en 4.4.11.2.1).
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.637,50. Er is een factuur van [stichting] aan [onderneming 18] aangetroffen, die op 6 mei 2024 is betaald en een tegenfactuur van [onderneming 18] aan [onderneming 1] B.V., die op 25 april 2014 is betaald. Deze onderlinge facturatie met daarin verrekening van de MIT-subsidie levert een win-win situatie op, met een voordeel voor [onderneming 18] van € 1.595,75. In de telefoon van [gedaagde] is een Skype-gesprek gevonden van 21 april 2014 waarin [gedaagde] zegt: “
Het voucher project is uitgekeerd”, “
zin om geld om je rekening te krijgen?”, waarop de heer [L] van [onderneming 18] reageert met: “
Lijkt me prima.” (zie zaakp-v 4.4.25.1 en 4.4.25.2). Dit alles wijst erop dat er sprake is geweest van een afspraak om de MIT-subsidie te verdelen via een facturenrondje. In het licht hiervan, zijn de enkele (niet onderbouwde) andersluidende stellingen van [gedaagde] een onvoldoende gemotiveerde betwisting.
Ik kan alleen zeggen dat we op 0 wilden uitkomen. We, mijn vrouw en ik, wisten wel dat de ene hand de ander moest wassen wat betreft de facturen.” (zie zaakp-v 4.3.27.1). Uit dit alles blijkt van een vooropgezet plan om te komen tot verdeling van de MIT-subsidie, overeenkomstig de vastgestelde frauduleuze werkwijze van [gedaagde] in andere hiervoor genoemde MIT-dossiers, waarbij de opgevoerde subsidiabele diensten feitelijk niet (volledig) zijn verricht. Wat [gedaagde] daartegen inbrengt, is onvoldoende.
“(…) ik denk [gedaagde (voornaam)][rechtbank: [gedaagde] ]
en mijn partner met elkaar besproken hebben dat ze voor elkaar een dienst moesten verrichten. Hierdoor zou er win-win situatie ontstaan.” (zie zaakp-v 4.3.26.1) De recente andersluidende verklaring van [N] komt de rechtbank gezien haar eerdere verklaringen bij de FIOD ongeloofwaardig voor. Dit maakt dat [gedaagde] ook hier onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat sprake is van fraude.
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.750,00. Er zijn facturen opgemaakt door [stichting] en een tegenfactuur door [onderneming 22] en deze onderlinge facturatie levert een win-win situatie op, met een voordeel voor [onderneming 22] van € 1.585,56. Het opgestelde rapport bestaat uit 23 pagina’s waarvan een ex-werknemer van [stichting] heeft verklaard dat de eerste 20 pagina’s standaard zijn. Over het rapport en de juistheid van de facturen heeft de heer [O] , eigenaar van [onderneming 22] , niets willen verklaren, hij beriep zich herhaaldelijk op zijn zwijgrecht. In de telefoon van [gedaagde] zijn daarnaast Skypegesprekken aangetroffen tussen [gedaagde] en [O] over het opstellen en betalen van facturen waaruit valt op te maken dat ze het facturenrondje bespreken, waarbij [gedaagde] [O] instrueert over de inhoud van de tegenfactuur die hij moet opstellen, dat die tegenfactuur eerst zal worden betaald en daarna de facturen van [stichting] en dat dan het traject is afgerond (zie zaakp-v 4.3.29.1, 4.4.24.1 en 4.4.24.2).
helft overheid retour excl. kosten”, met daarachter het bedrag aan MIT-subsidie van € 3.750,00. Er is een factuur opgesteld door [stichting] , waarvan de urenverantwoording waarschijnlijk niet klopt, omdat er geen rapport is opgesteld. Op deze factuur vindt verrekening plaats met de MIT-voucher. Er is een tegenfactuur opgesteld met daarop de vermelding “
Uitvoering onderzoek, zoals mondeling overeengekomen, 32 uur tarief € 125”, waarvan onduidelijk is of die werkzaamheden zijn uitgevoerd (zie zaakp-v 4.3.16.1 en 4.4.13.2). Ook hier is daarom de conclusie dat [gedaagde] de stellingen van RVO onvoldoende gemotiveerd heeft betwist.
helft overheid retour excl. kosten" met daarachter het bedrag van de MIT-subsidie van € 3.750,00 (zie zaakp-v 4.3.32.2.2.1, 4.4.27.3.2 en 4.4.27.3.3) . In het licht hiervan, heeft [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd betwist dat ook in deze MIT-dossiers sprake is van fraude/bedrog.
3.760,00(2,0 punten × tarief € 1.880,00)