ECLI:NL:RBMNE:2023:4340
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor proceskosten wegens ontbreken van zeer dringende redenen
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor proceskosten op grond van de Participatiewet. Verweerder heeft deze aanvraag aanvankelijk buiten behandeling gelaten wegens het niet aanleveren van alle relevante informatie. Na bezwaar heeft verweerder het primaire besluit herroepen, maar de aanvraag inhoudelijk afgewezen omdat proceskosten als schuld worden gezien en geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond.
Eiser stelde in beroep dat de proceskosten als incidentele woonkosten aangemerkt moeten worden en deed een beroep op de hardheidsclausule in de beleidsregels bijzondere bijstand. De rechtbank oordeelde dat de beleidsregels geen bepalingen van openbare orde zijn en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan de voorwaarden van de hardheidsclausule is voldaan.
Verder stelde eiser dat er sprake was van zeer dringende redenen in de zin van artikel 49, onder b, van de Participatiewet vanwege financiële problemen en schuldhulpverlening. De rechtbank stelde vast dat er geen sprake was van een dreigende huisuitzetting of afsluiting van nutsvoorzieningen, waardoor niet is voldaan aan de criteria voor bijzondere bijstand op grond van zeer dringende redenen.
Gelet op het voorgaande verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag om bijzondere bijstand voor proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om bijzondere bijstand voor proceskosten wordt afgewezen.