ECLI:NL:CRVB:2021:2267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks medische bezwaren
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen omdat zij naar het oordeel van het UWV en de verzekeringsarts bezwaar en beroep in staat is om meer dan 75% van het wettelijk minimumloon te verdienen. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en de beroepsgrond van appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was wegens het ontbreken van een geregistreerde verzekeringsarts op spreekuur, wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat sprake is van niet aangeboren hersenletsel en cognitieve stoornissen, en dat de medische beoordeling onjuist is. Ook stelde zij dat zonder benoeming van een deskundige het beginsel van equality of arms is geschonden. De Raad oordeelt dat deze gronden te laat zijn ingebracht en dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld. De overgelegde rapporten van Reade en Vesalius leiden niet tot twijfel aan de medische beoordeling.
De Raad volgt de rechtbank in de conclusie dat de geselecteerde functies passend zijn en dat appellante in staat is daarmee 75% van het wettelijk minimumloon te verdienen. Het verzoek om een psychiater als deskundige te benoemen wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.