ECLI:NL:RBMNE:2023:4343
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen herziening en terugvordering Tozo-uitkering wegens niet gemelde PGB-inkomsten
Eiser ontving een Tozo-uitkering over de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2021. Verweerder herzag het recht op deze uitkering en vorderde een bedrag van € 16.744,01 terug wegens niet gemelde inkomsten uit het persoonsgebonden budget (PGB). Na bezwaar en een eerste besluit, trok verweerder dit besluit in en stelde een lagere terugvordering van € 15.814,97 vast.
Eiser maakte beroep tegen beide besluiten, maar verscheen niet op de zitting. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door de PGB-inkomsten niet te melden, wat rechtvaardigt dat verweerder de uitkering herziet en terugvordert.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat eiser geen aannemelijke toezeggingen of gedragingen van verweerder had gesteld. Ook was de berekening van de terugvordering niet onjuist gebleken en ontbrak een onderbouwing van dringende redenen om van terugvordering af te zien. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond verklaard; verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.