Uitspraak
20.357 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het bestuur beëindigde de bijstand vanwege niet gemelde inkomsten uit arbeid en PGB. Ondanks verzoeken heeft appellante niet alle gevraagde inkomensgegevens verstrekt. Het bestuur herzag de bijstand en vorderde een deel van de kosten terug.
Appellante voerde aan dat zij haar inkomsten uit PGB had gemeld en dat de regels omtrent melding van bijschrijvingen onduidelijk zijn. De Raad oordeelde dat de inkomsten uit arbeid, PGB en bijschrijvingen op haar bankrekening als middelen gelden waarover zij kon beschikken en dat zij haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door deze niet onverwijld te melden.
De Raad wees het beroep van appellante af en bevestigde de terugvordering. Ook de stelling dat terugvordering tot onaanvaardbare financiële gevolgen leidt, werd verworpen omdat bescherming via de beslagvrije voet en WSNP mogelijk is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid en PGB.