ECLI:NL:RBMNE:2023:4516
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Toekenning WW-uitkering met ingangsdatum 1 april 2023 na vaststellingsovereenkomst
Eiser was sinds augustus 2021 in dienst bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Werkgever en eiser sloten op 28 februari 2023 een vaststellingsovereenkomst waarin het dienstverband per 1 april 2023 werd beëindigd. Eiser vroeg daarop een WW-uitkering aan.
Het UWV kende aanvankelijk de WW-uitkering toe met ingang van 1 mei 2023, uitgaande van een opzegtermijn van één maand na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst op 6 maart 2023. Eiser maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum en stelde dat de schriftelijke overeenstemming al op 28 februari 2023 was bereikt.
Tijdens de zitting overwoog de rechtbank dat het e-mailbericht van 28 februari 2023, dat eiser overlegd had, aantoont dat de vaststellingsovereenkomst op die datum schriftelijk overeengekomen was. Hierdoor eindigt de opzegtermijn op 31 maart 2023 en heeft eiser recht op WW-uitkering vanaf 1 april 2023.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het bezwaar onzorgvuldig had voorbereid door het e-mailbericht niet in de bezwaarprocedure op te vragen. Daarom vernietigde de rechtbank het besluit van het UWV voor zover de WW-uitkering per 1 mei 2023 was toegekend en kende zij de WW-uitkering toe met ingang van 1 april 2023. Tevens werd het griffierecht aan eiser vergoed.
Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank kent de WW-uitkering toe met ingang van 1 april 2023 en vernietigt het eerdere besluit met ingangsdatum 1 mei 2023.