ECLI:NL:RBMNE:2023:4666
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ambtshalve uitschrijving briefadres uit Basisregistratie Personen
Eiser stond met een briefadres ingeschreven bij zijn moeder, maar het college kon niet vaststellen of hij een woonadres had en besloot hem ambtshalve uit te schrijven uit de Basisregistratie Personen (BRP) met als vertrekadres 'Onbekend'. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat niet was voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 2.22, eerste lid, Wet BRP, omdat eiser wel bereikbaar was op zijn briefadres en het college geen gedegen onderzoek had verricht naar zijn verblijfplaats.
De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte had besloten tot ambtshalve uitschrijving en vernietigde het bestreden besluit. Tevens herroept de rechtbank het primaire besluit en draagt het college op binnen vier weken het briefadres van eiser opnieuw in de BRP op te nemen voor de periode van 13 juni 2022 tot en met 18 augustus 2022.
Daarnaast moet het college het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden, waarbij de proceskostenvergoeding is vastgesteld op €2.868,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter Elzakkers en is openbaar uitgesproken op 3 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen het briefadres opnieuw op te nemen in de BRP.