ECLI:NL:RBMNE:2023:4669
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet tijdige betaling onderzoekskosten
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het CBR om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren per 13 april 2023 vanwege het niet tijdig betalen van de uitvoeringskosten voor een onderzoek naar rijgeschiktheid. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft.
De wet verplicht het CBR om het rijbewijs ongeldig te verklaren als niet wordt meegewerkt aan het onderzoek, waaronder het niet tijdig voldoen van de kosten. Dit is dwingendrechtelijk en laat geen beoordelingsruimte voor het CBR. Verzoeker had de tweede en vierde termijn van de betalingsregeling niet op tijd voldaan, waardoor het CBR verplicht was tot ongeldigverklaring over te gaan.
De voorzieningenrechter kon deze maatregel niet toetsen aan het evenredigheidsbeginsel omdat het hier gaat om een wettelijke verplichting. Ook bijzondere omstandigheden, zoals het belang van verzoeker bij zijn rijbewijs voor zijn handelswerkzaamheden en eerdere strafrechtelijke invordering, bieden geen grond voor uitzondering. De belangenafweging leidde tot afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening.
Het CBR toonde begrip voor de situatie van verzoeker en heeft maatregelen getroffen om het onderzoek met voorrang te laten plaatsvinden zodra de kosten zijn voldaan. De voorzieningenrechter besloot dat verzoeker zijn rijbewijs niet terugkrijgt gedurende de bezwaarprocedure en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen.