ECLI:NL:RBMNE:2023:4682
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroepen niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder verschoonbare reden in WIA- en Wajong-zaken
Eiser ontvangt een WIA-uitkering en heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit om geen IVA-uitkering toe te kennen, alsmede tegen de afwijzing van een Wajong-uitkering. Beide bezwaren werden ongegrond verklaard. De gemachtigde van eiser diende de beroepschriften te laat in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken na bekendmaking van de besluiten.
De gemachtigde voerde als reden voor de termijnoverschrijding een langdurige tweede coronabesmetting met langdurige klachten aan, waaronder vermoeidheid en concentratieproblemen. Hij stelde dat hij niet in staat was tijdig te handelen en dat de moeder van eiser niet op tijd was geïnformeerd. Het UWV betwistte dit en wees op eerdere klachten en de mogelijkheid tot het treffen van maatregelen.
De rechtbank oordeelde dat alleen de gemachtigde bevoegd was en dat diens omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De medische gegevens boden geen bewijs dat hij binnen de beroepstermijn niet kon handelen of hulp inschakelen. Ook was er geen adequate achtervang geregeld. Jurisprudentie aangehaald door de gemachtigde betrof andere situaties van acute ziekte.
De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een verschoonbare reden voor de te late indiening. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen van eiser werden niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.