ECLI:NL:RBMNE:2023:4687
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening WIA-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich in 2009 ziek en vroeg meerdere malen om een WIA-uitkering. In 2011 en opnieuw in 2016 werd haar verzoek afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in 2021 waarin de eerdere beoordeling werd bevestigd, diende eiseres in 2022 een verzoek om herziening in met het argument dat er sprake was van toegenomen klachten binnen vijf jaar na 2011.
Verweerder wees dit verzoek af omdat de klachten anders waren dan bij eerdere beoordelingen en er geen nieuwe medische informatie was die een toename van arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak aantoonde. Eiseres voerde aan dat zij bij haar ziekmelding niet goed begrepen werd vanwege taalproblemen en dat haar buik- en psychische klachten toen al aanwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat er geen nieuwe feiten of medische informatie waren en dat de eerdere beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, mede gezien de professionele rechtsbijstand en eerdere procedures. De overtuiging van eiseres dat zij niet goed werd begrepen, leidt niet tot een andere uitkomst. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om herziening van het WIA-uitkeringsbesluit wordt ongegrond verklaard.