Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 september 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Procesverloop
23 augustus 2022 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Overwegingen
- [adres 2] , verkocht op 2 april 2020 voor € 310.000,-.
- [adres 3] , verkocht op 12 april 2021 voor € 405.500,-.
- [adres 4] , verkocht op 28 oktober 2021 voor € 772.500,-.
€ 414.000,-. Hierdoor is er ruimte in de waardebepaling om met een eventueel waardedrukkend effect rekening te houden. De beroepsgrond slaagt niet.
€ 1.800,- voor 20 m2. De rechtbank overweegt hierover dat dit niet om een referentiewoning gaat die in de beroepsfase is gehanteerd. Uit de taxatiematrix blijkt dat verweerder de woning vergelijkt met referentiewoningen zonder carport. Verweerder heeft hierover toegelicht dat hij voor de waarde van carports uitgaat van een forfaitaire eenheidsprijs van
€ 150,- per m2. De rechtbank kan het standpunt van verweerder volgen. Eiser heeft dit bedrag niet gemotiveerd betwist. Daar komt bij dat de objectonderdelen en de waardering daarvan slechts hulpmiddelen zijn ter vaststelling van de WOZ-waarde van de woning. De eindwaarde staat uiteindelijk ter discussie. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om van een ander bedrag voor de carport uit te gaan. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- Draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.
mr. D. Burggraaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
12 september 2023.