ECLI:NL:RBMNE:2023:476
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-terugwerkende toekenning kinderbijslag
Eiseres diende een aanvraag kinderbijslag in op 15 november 2021 nadat zij in 2016 met haar gezin was teruggekeerd naar Nederland. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende de kinderbijslag toe vanaf het vierde kwartaal van 2020, conform de wettelijke bepalingen in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Eiseres maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van de kinderbijslag, stellende dat zij recht had op een verdergaande terugwerkende kracht. De SVB verklaarde het bezwaar ongegrond en eiseres stelde beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank oordeelde dat artikel 14 van Pro de AKW dwingend voorschrijft dat het recht op kinderbijslag niet eerder kan ingaan dan een jaar voorafgaand aan het kwartaal van aanvraag. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en wees het beroep af. De redenen voor de late aanvraag en het mislopen van het kindgebonden budget waren onvoldoende om het besluit onjuist te achten.
De rechtbank concludeerde dat de SVB geen zelfstandige informatieplicht had en dat het risico van de late aanvraag voor rekening van eiseres kwam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 12 januari 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de niet-terugwerkende toekenning van kinderbijslag is ongegrond verklaard.