ECLI:NL:RBMNE:2023:4839
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen stilleggingsbevel asbestsanering
Verzoekster, een bedrijf dat asbest sanering uitvoert, was eerder beboet wegens het niet dragen van doelmatige adembescherming door medewerkers. Na een waarschuwing volgden opnieuw constateringen van overtredingen door de Arbeidsinspectie. De Minister legde daarop een bevel tot stillegging van de werkzaamheden voor een maand op.
Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om dit bevel te schorsen totdat op haar bezwaar was beslist, stellende dat zij voldoende maatregelen had genomen om herhaling te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bevel een geschikt, noodzakelijk en evenredig middel is, omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de genomen maatregelen effectief zijn en het risico op herhaling op lange termijn tot een minimum wordt beperkt.
Hoewel verzoekster inspanningen heeft verricht, zoals het halveren van opdrachten en opleiding van medewerkers tot Deskundig Toezichthouder Asbest (DTA), ontbrak een concrete onderbouwing van structureel en effectief toezicht en een deugdelijk sanctiebeleid. Het belang van bescherming van werknemers tegen blootstelling aan asbest werd zwaarder gewogen dan het bedrijfsbelang.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek af. Het stilleggingsbevel blijft van kracht voor de duur van een maand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het stilleggingsbevel wordt afgewezen en het bevel blijft voor een maand van kracht.