Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
5 juli 2023 schriftelijk beantwoord.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het herstellen van een uitweg vanaf zijn perceel naar de openbare weg. Het college weigerde deze vergunning omdat er geen sprake is van een bestaande uitweg en de aanleg zonder noodzaak een openbare parkeerplaats zou doen vervallen. De bezwaarschriftencommissie adviseerde het bezwaar gegrond te verklaren, stellende dat mogelijk sprake was van een bestaande uitweg sinds 1898, maar het college nam dit niet over.
De rechtbank oordeelde dat de uitweg circa twintig jaar niet in gebruik was geweest en dat het college nooit een vergunning voor deze uitweg had verleend. Het beroep op overgangsrecht faalde omdat de uitweg door het weghalen van het hek en heg was komen te vervallen. De aanleg van de uitweg is daarmee vergunningplichtig.
Verder stelde de rechtbank vast dat het vervallen van een openbare parkeerplaats zonder noodzaak plaatsvindt, waarbij het individuele belang van eiser om op eigen terrein te parkeren niet als noodzaak geldt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet, omdat vergelijkbare gevallen niet gelijk waren en het college voldoende had gemotiveerd waarom de situatie van eiser anders was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitweg.