ECLI:NL:RBMNE:2023:5201
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waardering van woningen en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De heffingsambtenaar van de gemeente heeft de WOZ-waarden van drie woningen vastgesteld per 1 januari 2020, welke eiseres betwistte. Na bezwaar en beroep handhaaft de rechtbank de vastgestelde waarden, waarbij de vergelijkingsmethode en taxatiematrices als onderbouwing zijn gebruikt. De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen tussen de objecten en referenties.
Eiseres stelde onder meer dat de waardering van specifieke elementen zoals dakkapellen, garages, serres en kelders onvoldoende was toegelicht en dat de indexering van verkoopprijzen onjuist was toegepast. De rechtbank erkent gebreken in de indexering voor enkele referentiewoningen, maar acht de totale onderbouwing voldoende om de WOZ-waarden te handhaven.
Daarnaast verzocht eiseres om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van bezwaar en beroep. De rechtbank constateert een overschrijding van ongeveer zes maanden en kent een forfaitaire immateriële schadevergoeding van €50 toe, waarvan €40 door de heffingsambtenaar en €10 door de Staat worden betaald.
Het verzoek tot vergoeding van griffierecht en proceskosten wordt afgewezen, omdat het beroep ongegrond is verklaard en de kosten voor de beoordeling van de schadevergoeding minimaal waren. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 28 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarden wordt ongegrond verklaard en een beperkte immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toegekend.