ECLI:NL:RBMNE:2023:5209
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en weigering IVA-uitkering
Eiser, voormalig buschauffeur, is sinds 2017 arbeidsongeschikt en ontvangt sinds 2019 een WGA-uitkering. Het UWV heeft in januari 2022 de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 76,42%, waarna eiser bezwaar maakte tegen deze beoordeling en stelde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn met recht op een IVA-uitkering.
De rechtbank heeft het beroep op 31 augustus 2023 behandeld en onderzocht of de medische rapporten waarop het UWV de beslissing baseerde, voldoen aan de vereiste zorgvuldigheid, consistentie en begrijpelijkheid. Eiser betwistte de urenbeperking, het ontbreken van beperkingen voor doelmatig handelen en beroepsmatig vervoer, en de gevolgen van migraineaanvallen, onderbouwd met een rapport van een medisch adviseur.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen zorgvuldig en gemotiveerd heeft vastgesteld, dat de urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week passend is, en dat er geen medische onderbouwing is voor verdere beperkingen. Ook is geen rechtvaardiging gevonden voor beperkingen vanwege migraine of beroepsmatig vervoer. De arbeidskundige beoordeling is eveneens in overeenstemming met de medische situatie.
De rechtbank concludeert dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld en dat eiser geen recht heeft op een IVA-uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft de arbeidsongeschiktheid correct vastgesteld op 76,42%, waardoor geen recht bestaat op een IVA-uitkering.